Hoe bepaalt DELTA Fiber waar glasvezel wordt aangelegd?

DELTA Fiber is grotendeels klaar met de aanleg van haar glasvezelnetwerk in Nederland. Inmiddels kunnen ongeveer 1,7 miljoen huishoudens gebruikmaken van ons netwerk. Daarmee behoren we tot de grootste glasvezelaanbieders van het land. Verdere uitbreiding van ons netwerk gebeurt zorgvuldig en stapsgewijs. Niet iedere straat of buurt kan tegelijkertijd worden aangesloten. Hieronder leggen we uit hoe wij doorgaans bepalen waar en wanneer we glasvezel aanleggen.

Drie factoren

DELTA Fiber investeert op basis van drie factoren: vraag, kosten en concurrentie.

Vraag

Eerst kijken we hoeveel bewoners een aansluiting willen. Hoe meer mensen meedoen, hoe groter de kans dat een project haalbaar is. We onderzoeken dit via aanmeldingen, gesprekken met gemeenten en ervaringen in vergelijkbare buurten.

Kosten

Daarna kijken we naar de kosten. Soms zijn de kosten te hoog in verhouding tot het aantal aansluitingen. Dan stellen we de aanleg uit. Ook als veel bewoners interesse hebben, kan een project financieel niet haalbaar zijn. Bijvoorbeeld door stijgende kosten of complexe vergunningstrajecten.

Concurrentie

Wij willen geen dubbele netwerken. Dat betekent dat we geen tweede netwerk aanleggen in een straat waar al glasvezel ligt of (mogelijk) binnenkort wordt aangelegd. Twee netwerken naast elkaar zorgen namelijk voor dubbel graafwerk en hogere kosten. Bewoners verdelen zich over beide netwerken. Daardoor duurt het veel langer om de hoge investeringskosten van een netwerk terug te verdienen. Doordat dit een hoger financieel risico met zich meebrengt is dat niet interessant voor investeerders. En dat kan uiteindelijk leiden tot hogere tarieven voor consumenten. Dat willen we zoveel mogelijk voorkomen.

Waarom glasvezelinternet niet overal beschikbaar is

Glasvezel aanleggen kost veel geld en voorbereiding. Daarom werken we stap voor stap. Technische en praktische factoren bepalen de volgorde. Denk aan bestaande leidingen, bodemgesteldheid en geplande werkzaamheden. Maar ook gecompliceerde routes met een kostbare aanpak en langdurige vergunningtrajecten, bijvoorbeeld door dijken of water. Daardoor kan de ene buurt eerder aan de beurt zijn dan de andere.

Waarom aanleg soms (nog) niet haalbaar is

In sommige gebieden zijn de kosten hoger dan de verwachte opbrengst. Dat gebeurt vooral in dunbevolkte gebieden of waar woningen ver uit elkaar liggen. Aanleg is daar niet altijd onmogelijk, maar er is soms extra financiering nodig. Bijvoorbeeld via een bijdrage van bewoners of een gemeente.

Een eenmalige bijdrage van bewoners, een vaste vergoeding of een financiële bijdrage van een gemeente of provincie kan helpen om een project haalbaar te maken. Overheden moeten hierbij wel voldoen aan Europese regels. Gemeenten kunnen helpen en meedenken, maar zij leggen zelf geen netwerken aan.

Waarom buurten op verschillende momenten aan de beurt zijn

Elke buurt is anders. In dichtbebouwde wijken verdienen we investeringen sneller terug dan in gebieden met weinig woningen. Dat beïnvloedt de planning. Ook concurrentie speelt mee, want we willen geen ander netwerk overbouwen. Daarnaast houden we rekening met technische omstandigheden zoals bestaande leidingen, bodemgesteldheid en andere geplande werkzaamheden.