Internet is onmisbaar. Je werkt online, regelt je zorgzaken en onderhoudt contact via apps en e-mail. Valt internet uit, dan merk je dat direct. Internet voelt als een ‘nutsvoorziening’ waar iedereen toegang toe zou moeten hebben. Toch is internet in Nederland anders geregeld dan water, gas en elektriciteit. De netwerken om te kunnen internetten zijn in Nederland eigendom van commerciële partijen zoals DELTA Fiber, in tegenstelling tot water, gas en elektriciteit. Dat wordt beheerd door de (semi-)overheid. Dat verschil zie je niet meteen, maar het heeft invloed op wel waar en wanneer netwerken worden aangelegd.
Voor water, gas en elektriciteit geldt een aansluitplicht. Iedereen moet worden aangesloten. De overheid heeft dat vastgelegd. Netbeheerders en waterbedrijven voeren deze publieke taak uit. Zij zijn in handen van overheidsinstanties. Hun doel is niet om winst te maken, maar om te zorgen dat iedereen toegang heeft. Ook op dure of lastige locaties zoeken zij een oplossing. Ze delen kosten en risico’s. Zo blijft toegang tot deze voorzieningen voor iedereen gelijk.
Het beeld van internet als nutsvoorziening komt deels uit het verleden. Telefoon- en kabelnetwerken werden vroeger vanuit een publieke taak aangelegd, oorspronkelijk voor enkel telefonie en tv. Hoewel deze netwerken inmiddels zijn geprivatiseerd en gecommercialiseerd, werken de oorspronkelijke verwachtingen over collectieve verantwoordelijkheid nog steeds door.
Telecommunicatie, dus ook internet, is in Nederland nu anders georganiseerd. Inmiddels is de telecomsector geprivatiseerd. De aanleg en het onderhoud van netwerken liggen bij commerciële bedrijven zoals DELTA Fiber. De overheid stelt wel regels op en binnen die kaders bepalen commerciële netwerkbedrijven zelf waar, wanneer en hoe ze investeren in digitale infrastructuur.